Kunstgalerij Mens en Natuur

Moni.Ca - Natuurgestalten 2 mei 2008 - 14 juni 2009

Vervolg van Moni.Ca - Natuurgestalten

Daarom kadert dit werk ook zo goed in het geheel van mijn levensbeschouwing. Steeds was ik immers op zoek naar wat de mens verbindt met zijn natuurlijke omgeving, naar de verwantschap in de vormen van mens, dier en plant. In mijn boek ‘Pijn en Genot. De leidraad van het leven’ beschreef ik mijn bevindingen daaromtrent in het hoofdstuk ‘Vormparallellen’. En in mijn poëtisch en picturaal werk wordt die gelijkaardigheid zelfs gezien tot in de elementen: aarde, vuur, water en hemel. Alsof alles uit één oerbron ontstond, die haar blauwdruk overal naliet. En toen ik enkele jaren geleden in een bosrijk gebied ben komen wonen, was het dan ook niet toevallig dat ik dat levenspatroon ook herkende in de halfvergane vermolmde of afgeworpen stukken hout in de zo rijke bodem van het bos. Daarom verzamelde ik deze resten bijna als kostbare juweeltjes. En dat er uit die blueprint dan op vloeiende ongehinderde wijze weer gestalten van mensen, dieren, planten tot zelfs rotsen of bergen ontstonden, was voor mij in dit weldadige creatieve proces, nog maar eens de bevestiging van wat ik altijd had vermoed. Hier sloot zich uiteindelijk de cirkel en werd alles weer één. Hier werkt de kunstenaar niet in afzondering en is hij niet langer alleen met zijn gevoelens en gedachten of zijn visie die hij in een vorm moet projecteren, maar voelt hij zich verbonden, als in voortdurende samenspraak met het ene in zijn onophoudelijke verscheidenheid. Men ziet, vervolledigt, creëert uit dode resten, waar het levenspatroon nog ingeprent is, nieuwe vormen of als het ware nieuw leven, of men laat de herinnering aan het vroegere bestaan primeren in een leven- dige afwisseling van duidelijk afgelijnde en dan weer vervagende gestalten.

Op puur technisch vlak vertaalt zich dat als volgt: terwijl bij de schilderijen de penseelstreek dikwijls weer wordt weggewerkt door vervloeiing van de materie, worden de sporen van beitel en vormgeving in de sculpturen overdekt met op natuurlijke wijze ontstane grondstoffen zoals hout- poeder uit halfvergane houtsoorten, verbrokkelde schors of pulver van herfstbladeren etc. zodat deze naadloos overgaan in de totaliteit.

De beeldhouwwerken tonen een grote diversiteit van gestalten: dieren, mensen of dingen in hun oorspronkelijke eenvou- dige vorm of gestalten die daarin door voortgaande verwering terugkeren. Maar er zijn ook meer uitgewerkte vervolle- digde gestalten die de schoonheid van de meanderende lijn of S-vorm accentueren. En dan weer andere gedaanten die lijken op te doemen uit een ver verleden en daarbij hun tijdperk, leefwereld of cultuur in zich dragen als vergankelijke getuigen van een verdwenen wereld. De natuur creëerde een deel, de mens het andere in een samenwerking, waarin men zich iedere keer weer voelt opgenomen worden in het universele werkelijke zijn. En waarin leven en sterven, opkomen en vergaan, een mythische ritus lijkt te zijn van een ongekend ruimer bestaan.