Romain Witdouck - Op zoek naar de Kern 6 december 2008 - 25 januari 2009
Romain Witdouck (°1934) stamt langs moederszijde uit een familie waar graag getekend en geschilderd werd. Reeds op
prille leeftijd begon hij te tekenen en te schilderen; vanaf zijn 14de volgde hij avondschool aan de Stedelijke Academie
van Kortrijk. Uit die tijd dateert een portret van dirigent Braems, een werkje dat hij als 14-jarige realiseerde en waaruit
vandaag nog steeds blijkt wat een getalenteerde tekenaar en schilder hij toen al was.
Na enige professionele omzwervingen, een verblijf in Kongo en een sociale inzet voor kinderen die in moeilijke omstandigheden
opgroeien, werd hij in 1960 fulltime drukker en zaakvoerder van Drukkerij Oranje. Door zijn huwelijk met Rosa
Deleersnijder, weduwe van Ludo Desmyter, werd hij ook vader van hun drie zoons Dirk, Bart en Piet; het gezin breidde
nog uit met twee dochters: Mieke en Veerle (†2007). Ondanks alle drukte bleef Romain tekenen en schilderen; zijn leven
als kunstenaar beperkte zich toen vooral tot avond- en weekendwerk. Hij illustreerde ook boeken en kalenders en was
actief bezig met taal: onder zijn schrijversnaam Roeland Vierdijk publiceerde hij een aantal dichtbundels, in 1984 gaf hij
met Gabriëlle Demedts, de zus van schrijver André Demedts (1906-1992), het literaire tijdschrift Handen uit, met uitsluitend
werk van vrouwen en onder redactie van vrouwen.
In de jaren ’80 was hij tevens actief bezig met de promotie van kunst in zijn dorp Sint-Baafs-Vijve (Wielsbeke) en was de drijvende kracht voor het André Demedtshuis, opgericht in 1983, waar hij tal van tentoonstellingen organiseerde o.a. in 1988 de openluchttentoonstelling ‘Kunst aan de Leie’. Van 1957 tot 1987 stelde hij tentoon op verschillende plaatsen (Moorsele, Wakken, Kortrijk, Tielt, Vlassenbroek, Gent, Wielsbeke, Brugge). In 1992 verliet Romain officieel de drukkerij. Sindsdien leeft hij voluit voor zijn passie: schilderkunst. Romain Witdouck schilderde vroeger voornamelijk met penseel of paletmes op doek, met olieverf. Tegenwoordig werkt hij vooral met olieverf op papier. De tekening werkt hij uit met krijt. Hij experimenteert ook met spuitbus op doek. Zijn thema’s haalt hij uit de actualiteit - geraakt als hij is door zinloze vernietiging, of uit de aanblik van mensen (moeder en kind, mensen aan het werk, enz.) en de ontroering door landschappen. Vandaag is veel van het figuratieve overgegaan naar abstract werk door zijn spirituele evolutie.
Hij is zich intensief gaan verdiepen in religie (studeerde aan de Faculteit voor Vergelijkende Godsdienstwetenschappen [FVG] in Antwerpen), is geboeid door het werk van Neale Donald Walsch, door het Tibetaans Boeddhisme en vooral door de taalsymboliek van het Hebreeuws (met leermeester Friedrich Weinreb) en de Kabbalah: die geeft inzicht in de spirituele vragen van het leven en is meer een levenswijze. Hij zegt daarover: “Kabbala bestuderen is de abstractie bestuderen in de taal. Als mens en als kunstenaar ben ik daardoor geëvolueerd. In de kabbala snijd je in een woord,... met als gevolg dat je als kunstenaar ook in de beeldtaal, de vormtaal en de kleurentaal gaat snijden. Ik ben misschien beter gekend met mijn figuratief werk. In het werk dat ik nu tentoonstel zie je drie verschillende fasen. Het is een zoektocht. Van figuratief over geabstraheerd tot de totale abstractie. In die tweede fase is een landschap nog herkenbaar, hoewel de vormentaal heel abstract overkomt. In de laatste fase is zelfs het kleurenpalet tot de essentie beperkt.“
Tentoongesteld werk
Openingswoord door Geert Vandendriessche
[lees meer...]