Kunstgalerij Mens en Natuur

Romain Witdouck - Op zoek naar de Kern 6 december 2008 - 25 januari 2009

Romain Witdouck. Openingswoord door Geert Vandendriessche

Ik heb Romain steeds gekend als geïnteresseerd in zowat alles wat zich in de wereld afspeelt (naast kunst en cultuur : politiek, wetenschap, filosofie...)
In zijn permanent zoeken naar de kern, het wezenlijke van ons “zijn”, is Romain o.a. uitgekomen bij het oorspronkelijke Joodse denken, gebaseerd op de kennis in de diepte van het Hebreeuws als oertaal.

We denken bij taal te vanzelfsprekend aan bewuste communicatie.
Maar Romain ervaart taal ook als een manifestatie van onbewuste dimensies, die de mens in het grote geheel plaatsen. In de oertaal Hebreeuws is het woord voor taal bijv. idem aan het woord voor oever, de grens met andere werelden.

Zo vaak hoor ik in interviews met kunstenaars, dat ze vaak niet weten wat ze gaan maken. Gaandeweg schept het kunstwerk zichzelf en ervaart de kunstenaar zich meer toeschouwer dan schepper. Ik vermoed dat ze een soort antenne hebben voor die andere dimensies van het leven.

Je kan in de muziek bijv. de wetten van de harmonie, het contrapunt bestuderen, maar ik ken geen enkele cursus “creëren van prachtige melodieën”.
We spreken immers van een getalenteerd, begenadigd kunstenaar. Het is een cadeau.

Kunst laat zich ook niet kooien in zijn verschijning, in zijn vorm. Daarom hebben dictators het met kunst en kunstenaars zo moeilijk. Het gaat fout wanneer de kunst een doel moet dienen.
We zien toch ook bij elke kunstenaar weer die eigenheid, elk op zijn manier, telkens anders. Dat is tenminste wat ons ook boeit en wat we van een kunstenaar verwachten.

Een kunstenaar droomt het leven opnieuw.

Friedrich Weinreb, de joodse denker die Romain nog goed gekend heeft, schrijft :
Het is zo merkwaardig dat er in de droom zoveel mogelijk is. Iemand die niet kan dromen, heeft het ook moeilijk met liefhebben. Iemand die niet spelen kan, met kleuren, met vormen, zonder starheid, die niet spelen kan met melodieën, met toonhoogten, met dromen, kan niet weten wat liefhebben betekent.

In deze overzichtstentoonstelling, zien we die vormentaal dus ook evolueren van figuratief, over geabstraheerd tot totaal abstract. Dit betekent geenszins minachting voor de fysieke vorm. Elke fase heeft zijn bestaansrecht. Maar uiteindelijk beperkt de schilder zich tot het essentiële. Het lijkt erop dat elke doorgedreven zoektocht leidt naar een kern, waarin alles besloten ligt en van waaruit je telkens weer een nieuwe vormentaal kunt scheppen.

Sint-Martens-Latem, 6 december 2008.


Terug naar hoofdartikel.